Veel animo voor Tunnelvisie en Tegenspraak

24 september 2013

Onder veel animo ging donderdag 19 September jl. het seminar ‘Tunnelvisie en tegenspraak’ van start. Volgend op de publicatie van een nieuwe Cahiers Politiestudies: Vernieuwing in de Opsporing.

Luis in de pels

Na een welkomstwoord van de voorzitter van de Stichting Maatschappij en Veiligheid prof. mr. Pieter van Vollenhoven was de aftrap aan Renze Salet, van het criminologisch instituut van de Radboud Universiteit. Op basis van een analyse van 26 tegenspraakgevallen stelt zij dat de bijdrage van tegenspraak, zoals het nu georganiseerd en uitgevoerd wordt, beperkt blijft. Tegensprekers fungeren maar zeer zelden als zogenoemde ‘luis in de pels’. Eerder bewaken zij de procedurele kwaliteit van het onderzoek of bewaken zij de inhoudelijke kwaliteit, door mee te helpen de zaak op te lossen. Tunnelvisie is bij deze rollen echter alsnog een risico. Bovendien is er vaak weinig waardering voor tegenspraak binnen de teamleiding en komen tegensprekers vaak uit het eigen korps, waardoor onvoldoende met tegenspraak gedaan wordt en tegensprekers hun punt vaak laten rusten. Ook valt op dat  tegenspraak bij de politie vooral plaatsvindt tijdens de identificatie van de verdachte en nauwelijks bij de daarop volgende bewijsfase.

Concluderend constateerde Salet dat er geen cases zijn waarbij een radicale wending heeft plaatsgevonden als gevolg van tegenspraak. Toch pleit zij niet voor het opheffen van tegenspraak, maar een verdere ontwikkeling en institutionalisering. Aandachtspunten kunnen zijn de fase waarin tegenspraak moet plaatsvinden, afstemming met het OM en de personen die als tegenspreker fungeren.

Wat mag het kosten?

Hoogleraar Veiligheid Ira Helsloot is het volstrekt oneens met deze conclusie. Hij stelt dat er verschillende procesvalkuilen bestaan, zoals informatiezucht, waar rechercheurs herhaaldelijk inlopen. Zie de klassieke uitspraak: “voelen wij nu een tunneltje opkomen?”. De fundamentele vraag echter is of dit wel een probleem is. Aangezien de meeste misdadigers stupide zijn, kunnen opsporingszaken doorgaans juist worden opgelost door ervaringsdeskundigen, aldus Ira Helsloot. De zaken waar deze ervaring juist tot een onterechte veroordeling leidt zijn percentueel beperkt en bovendien kan niemand een voorbeeld opnoemen waar tegenspraak een onterechte veroordeling heeft voorkomen. Hiermee dient de vraag hoeveel wij willen investeren om deze ‘uitzonderingen’ te voorkomen, centraal te staan. Helsloot stelt dat routiniers als rechercheurs niet op uitzonderingen getraind kunnen worden, tenzij je onbeperkte middelen hebt. Als tegenspraak dus noodzakelijk is, moet dit weg bij de routinier en moet hier buiten de organisatie iets bijzonders voor georganiseerd worden. Te denken valt aan het OM.

In het tweede gedeelte van de middag werd een aanvullende reactie gevraagd aan forensisch onderzoeker Bastiaan Seldenthuis, advocaat-generaal Frits Posthumus, hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen en raadsheer Ybo Buruma.

Teamleider TGO 2.0

Bastiaan Seldenthuis stelt dat de vraag of tegenspraak nodig is overbodig is, maar dat wel moet worden gekeken naar de manier waarop. Hij geeft aan dat sinds 2005 een nieuw type TGO (Team Grootschalige Opsporing) teamleider is ontstaan: 2.0, die de competenties heeft terug te komen op zijn beslissing, als dit de verkeerde blijkt te zijn. Verder heeft tegenspraak niet tot een enorme koerswijzing geleid, maar wel dat er bij wijze van spreken een reddingsboot aanwezig is. In de praktijk ziet hij dat onderzoeken langer duren dan in het verleden. Ze worden nu zeer degelijk opgelost: alternatieve scenario’s worden daadwerkelijk ontkracht. Maar of er nu meer of minder zaken worden opgelost?

Tegenspraak begint bij jezelf

Frist Posthumus reageert op Ira Helsloot met de opmerking dat het juist het probleem is dat we momenteel niet weten hoeveel zaken fout gaan, maar dat het altijd goed is kritisch te zijn. Tegenspraak begint bij jezelf. Hij gaat verder in op tegenspraak in het hoger beroep, waar het nooit een hoge vlucht heeft genomen. Als oorzaak wijst hij op de grote voorgeschiedenis van een zaak, waarbij noch de tijd noch de mankracht bestaat om deze achtergrondinformatie eigen te maken. Posthumus heeft bovendien zeer verschillende ervaringen met tegenspraak bij het OM. Hij stelt dat tegenspraak wel in een behoefte voorziet, maar dat de vraag hoe vaak een misser voorkomen wordt niet te beantwoorden is.

Een soort onafhankelijke onderzoeksraad

Peter van Koppen opent met de pittige uitspraak dat tegenspraak meteen afgeschaft moeten worden. Hij wijst vooral op de praktijk van de pvo’s (programma versterking opsporing), die problematisch is omdat er geen samenhangende visie op de recherche aan ten grondslag ligt. In relatie tot tegenspraak wijst hij op de problematiek van het huidige scenario-denken. Er bestaan standaardscenario’s die altijd worden nagezocht, ook als ze nauwelijks van toepassing zijn. Hij pleit voor een soort onafhankelijke onderzoeksraad, waarbij ook gekeken moet worden naar zaken die goed lopen en wat daarvan geleerd kan worden. Tot slot, stelt hij dat het probleem niet is dat de meeste zaken probleemloos zijn. Het is juist zaak die zaken te herkennen die wel potentieel problemen opleveren.

Altijd raak schieten

Ybo Buruma erkent dat de effectiviteit van tegenspraak een punt is. Dit is zelfs logisch. Zijn uitgangspunt is echter dat  mensen niet onterecht veroordeeld mogen worden, waarmee deze situatie misschien wel beter is. Ook al duren zaken dan langer. Hij verscherpt vervolgens de discussie aan de hand van een onderscheid tussen accuratesse en precisie. Tijdens een onderzoek ontstaan steeds meer gegevens. De kans dat je precies raakt wanneer de gegevens toenemen neemt ook toe, dit garandeert echter niet dat je ook de juiste dader raakt: accuratesse. Dit is waar tegenspraak een rol dient te spelen: in de vraag of precieze data ook accuraat zijn. Dit is echter ook het complexe. Tot slot komt Buruma terug op Renze Salet en de vraag hoe tegenspraak loopt na de identificatiefase. Hij stipt aan dat de zaak voor een groot gedeelte door de rechercheurs in de praktijk wordt gemaakt, waarna de informatie die bij de gerechtshoven en het OM komt beperkt is. Als zodanig zijn deze maar in beperkte mate geschikt voor tegenspraak.

Het nut van advocaten

Op deze reflecties volgde een prikkelende discussie tussen de sprekers onderling en de zaal, waarbij door de zaal kritisch gevraagd wordt of in de Schiedammerparkmoord Wik H. (eerder) in beeld zou zijn gekomen door tegenspraak. In reactie wordt gewezen op het nut van advocaten, die bij uitstek hun eigen tegenspraak organiseren door alternatieve scenario’s te bedenken. In de overige reacties wordt voornamelijk gewezen op de huidige problemen van tegenspraak. Er wordt aangehaald dat tegenspraak met name niet functioneert waar dit het hardst nodig is en dat het vaak verworden is tot een managementtool, waarmee men zich kan indekken. Posthumus wijst vervolgens op de noodzaak van externe druk. In deze discussie haalt Helsloot nogmaals kritisch aan dat de vraag ‘wanneer is goed, goed genoeg’ niet beantwoord wordt. Tot slot stelt Buruma dat de praktijk momenteel veel te ingewikkeld is, maar dat tegenspraak en de zoektocht naar iets dat precies en accuraat is wel degelijk nodig is.

Wordt vervolgd!

Dagvoorzitter Bob Hoogenboom besluit het formele deel van deze middag met de terechte observatie dat de materie zeer levendig is en vraagt om een vervolg. Niet verwonderlijk dus dat er na afloop onder het genot van een drankje nog veel nabesproken werd. Verschillende bezoekers stonden te trappelen om aan de slag te gaan met de uitdagingen die tegenspraak en tunnelvisie met zich meebrengen.

 

Eén reactie op “Veel animo voor Tunnelvisie en Tegenspraak

  1. Tunnelvisie en tegenspraak zijn nmm aspecten van een éénzijdige kijk op een subjectief gecreerde schijnwerkelijkheid. Het komt regelmatig voor dat vanuit de politiepraktijk en daaraan vermeend professioneel handelen bijv. doorgegeven informatie aan bijv het OM leidt tot tunnelvisie bij beide organisaties. Om tegenspraak als persoon te kunnen dulden is meer nodig dan vakbekwaamheid. Het vergt een openhouding ten opzichte van het eigen handelen en het in staat zijn kritiek op het functioneren te accepteren. Na 41 jaar binnen de overheid (Kmar, IDB en politie) durf ik de stelling verdedigen dat dit een zeer moeilijk tot nagenoeg onmogelijk is voor politiemensen. Tunnelvisie en tegenspraak staan bovendien in directe relatie met integriteit. Integriteit is n.m.m. de weerspiegeling van tunnelvisie en tegenspraak. Om dit op de agenda te krijgen is het dringend gewenst een omslag in vooral de politie opleiding/vorming door te voeren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.