Preventief fouilleren: wat kunnen we leren van New York?

23 september 2014

Column Prof. dr. A.B. Hoogenboom

http://www.nytimes.com/interactive/2014/09/19/nyregion/stop-and-frisk-is-all-but-gone-from-new-york.html

Als je deze link aanklikt zie je in een oogopslag het grote verschil in het aantal preventieve fouilleer-acties (‘stop-and-frisk’) in New York tussen 2012 en 2013. Met rode stippen wordt aangegeven waar en hoe vaak de politie burgers aanspreekt, vraagt naar identificatie en fouilleert. In de eerste helft van 2012 gebeurde dat 337.410 keer. In de tweede helft van 2013 33.699 keer.

Tien jaar lang was preventief fouilleren een structureel onderdeel van het politieoptreden (‘defining tactic’). Ondanks de toenemende kritiek op de selectiviteit en de dalende criminaliteitscijfers werd preventief fouilleren door de politie als noodzakelijk en nuttig gezien. Vanaf 2003 stijgt het aantal acties van 3.000 per week eerst geleidelijk en dan sterk naar 16.000 in 2012.

Eind 2013 houdt de politie nog maar 2.000 keer per week iemand staande om te fouilleren. Een daling van 90%. De verklaring is tweeledig. In augustus 2013 wordt ‘stop-and-frisk’ door de rechter als ongrondwettelijk beoordeeld. En in de verkiezingen voor het burgemeesterschap zegt de kandidaat De Blasio dat als hij gekozen wordt dit optreden zal worden bijgesteld. Hij wordt gekozen en hij houdt woord.

 

Wat kunnen wij leren van New York?

De tactiek werd veelvuldig maar niet evenredig ingezet. De politie koos voor wat zij zelf ‘high-crime areas’ noemde. In de praktijk waren dit arme buurten waar minderheden wonen. ‘Stop-and-frisk’ werd onderdeel van het dagelijks leven in deze wijken. De selectiviteit in optreden blijkt uit cijfers uit 2010. In New York bestaat 34% van de bevolking uit blanken. In de statistieken over ‘stop- and- frisk’ vinden we 10% van hen terug. Van de 23% zwarte New Yorkers wordt 52% staande gehouden; van de Hispanics, die 28% van de bevolking vertegenwoordigen, 31%; en van de 13% Aziaten wordt 3% staande gehouden.

Central Brooklyn was een van de hot spots waar in januari 2012 de politie 75 tot 100 burgers per dag staande hield. Nu gebeurt dat nog maar zelden. In Harlem daalde in vergelijking met vorig jaar het aantal staandehoudingen met 96%.

New York kan ons leren dat er geen zekerheden zijn in het leven. Wat tien jaar lang binnen de politie niet ter discussie stond, is in korte tijd veranderd. De politie is nog altijd aanwezig in dezelfde wijken, alleen de wijze van optreden is gewijzigd. De omslag is mede ingegeven door de doelstelling om de relaties met bewoners te verbeteren.

In de tweede plaats kan New York ons leren dat er mogelijk een verband bestaat tussen de ‘stop-and-frisk’ tactiek en het aantal klachten over de politie. In de West Bronx stelt een gemeenteraadslid dat er minder klachten binnenkomen. De nieuwe tactiek wordt Omnipresence genoemd: de politie is ‘massief’ aanwezig in moeilijke wijken. En handelt ook indien de orde wordt verstoord of er meldingen komen. Maar het grote verschil is dat ‘stop-and-frisk’ niet meer automatisch tot het politierepertoire behoort. Alleen maar toepassen omdat het kan, is wellicht op (middel)lange termijn nadelig voor de effectiviteit en legitimiteit van de politie.

Een leerstuk in de politiesociologie is het begrip ‘police riot’. De politie kan zelf door houding en gedrag burgers aanzetten tot handelen, dat dan weer kan leiden tot optreden van de politie. Actie is reactie, is actie, is reactie. Kleine incidenten kunnen dan escaleren. Dat kan funest zijn voor de afhandeling van een melding, maar ook breder de relaties met de wijk verstoren. De politie in New York heeft voor een deel van haar handelen terughoudendheid ingevoerd en de grote vraag is in hoeverre dit de legitimiteit ten goede gaat komen. De eerste aanwijzingen zijn positief.

Maar het is nog te vroeg om harde conclusies te trekken, aldus de New York Times. Ook zijn burgers in de verschillende wijken nog niet overtuigd van de omslag in denken en handelen van de politie. Sommigen zeggen dat de politie gewoon minder rapporteert en dat de praktijk nog niet veel is veranderd. (http://www.nytimes.com/2014/09/20/nyregion/friskings-ebb-but-still-hang-over-brooklyn-lives.html?ref=nyregion)

Een derde intrigerende les zou kunnen liggen in het opnieuw doordenken van de aannames welke ten grondslag lagen aan de inzet van de methode: “No question about it, violent crime will go up,” zei commisssaris Raymond W. Kelly in August 2013, toen de discussie over de ‘stop-and-frisk’ oplaaide. Het is aannemelijk dat preventief fouilleren – niet alleen voor politiemensen, maar ook het grote publiek – logisch klinkt. En tegemoet komt aan de maatschappelijke wens om op te treden. Maar wat gebeurt er als de tactiek wordt losgelaten? Worden de wijken dan onbeheersbaar en neemt de geweldddadige misdaad toe?

Het tegendeel lijkt het geval te zijn. De cijfers over gewelddadige misdaad dalen in de hele stad. De New York Times stelt dat een causaal verband tussen staandehouden en misdaadcijfers nog lang niet is aangetoond. Maar in delen van de stad waar de politie het meest actief was met ‘stop-and-frisk’, dalen de cijfers voor gewelddadige misdaad in de eerste zes maanden van 2014 in vergelijking met de eerste zes maanden in 2013. In Central Brooklyn, Harlem, de South Bronx en Staten Island dalen de cijfers met percentages tussen de 2% en 10%.

2 reacties op “Preventief fouilleren: wat kunnen we leren van New York?

  1. Eigenlijk gaat het hier om een non-discussie. Uitvoering van de politietaak is in alle gevallen waar het gaat om controle uitoefening gebaseerd op selectie. Het selecteren is een combinatie van criteria die in elk mens dus ook politiemensen aanwezig zijn. Politiewerk is feitelijk puur selectiewerk waarbij het belangrijkste ervaring is. Die ervaring staat daarbij overigens veelal haaks op de theoretisch aangeleerde en politiek wenselijke theorie, hoewel de HR politie-ervaring als argument voor optreden van politiemensen heeft erkend. Het selecteren is volgens critici discriminatoir en daarmee een aantasting van het GW gelijkheidsbeginsel , het zou hierbij primair om etnische kenmerken gaan. Eerst en vooral zal duidelijk moet blijken dat de legitimiteit van het politieoptreden eendrachtig gedragen wordt door politie leidinggevenden, OM en bestuurlijk verantwoordelijken. De verschillende en niet zelden tegengestelde politieke-, organisatie- en andere belangen die aanwezig zijn maken dat juist de niet-uitvoerders er regelmatig zelf de oorzaak van zijn dat er problemen ontstaan bij kritische vragen uit de samenleving.

  2. Complimenten aan de schrijver voor het op de kaart zetten van dit wellicht op het oog tegenstrijdig mechanisme! Wat een eenvoudige verklaring kan zijn, is dat als de politie stopt met druk zijn met staandehoudingen van zeer veel mensen er wellicht tijd en focus over blijft voor de misdrijven die ondertussen op heterdaad plaatsvinden.

    Niet raar van opkijken als er over nog 1 jaar de criminalteit verder terugloopt. Het terugwinnen van vertrouwen van burgers in een politie als just-in-time-crime-fighter (ipv als general street-fighter) leidt namelijk tot het melden van misdrijven door burgers, zeker als deze gevolgd wordt door aanhoudingen op heterdaad en de terugkoppeling aan de melders van het resultaat.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.