Parrhêsia

Is Grieks voor ‘vrijmoedig spreken’. Michel Foucault, de Franse filosoof, wijdt zijn laatste collegereeks in 1984 aan dit vrijmoedig spreken. Vrijmoedig spreken is  noodzakelijk voor ons zelfrespect, maar is ook van belang voor het ethische gehalte van de instituties in een democratie. Dat zijn grote veraf woorden, maar worden meer in your face in dit verhaal.

Iemand vertelt mij dat anderhalf jaar voordat in de Schiedammer Parkmoord-zaak publiek wordt dat een onschuldige man is veroordeeld, een aantal lezingen is gehouden waarin dat al wordt vastgesteld. De sprekers en de luisteraars – een kleine 160 in totaal – zijn NFI-medewerkers, officieren van justitie, recherchechefs en rechercheurs. Ik weet niet of het waar is, maar laten we aannemen dat het waar is. Dan is dit wat Foucault bedoelt met ‘men moet de waarheid spreken over zichzelf’ (dus wat je vindt) en dat moet je ook doen als er gevaar is omdat je tegen de macht spreekt’. Toch zeggen de Griekse grondleggers van het denken over democratie en burgerschap, dat vrijmoedig spreken ook met risico van tegengeweld (ruzie, verstoring van de persoonlijke relaties, irritatie, marginalisering/uitsluiting) door de ontvanger noodzakelijk is. Relaties zouden aan het einde van de dag ondergeschikt dienen te zijn aan ‘de moed tot waarheid’. De ontvanger (de Vorst, de instituties, de opdrachtgever en het volk) bepalen uiteindelijk – door de wijze waarop zij (kunnen) omgaan met vrijmoedig spreken – het ethische gehalte van de democratie en haar instituties. Zeg maar wat ‘tegenspraak’ is in de opsporing, als dat goed is georganiseerd neemt het ethisch gehalte van de rechtspraak en haar organen en dus van de democratie rechtevenredig toe. Dit klinkt allemaal goed, en zelfs wat ‘gezwollen’, maar is in de praktijk niet altijd makkelijk. De wijze waarop klokkenluiders soms jarenlang meedogenloos ter zijde worden geschoven spreekt boekdelen. Een aantal van hen wordt als ‘hardnekkige klager’ bij het oud vuil gezet. Het klinkt goed te stellen dat ‘vrijmoedig moet worden gesproken’, maar tussen droom en daad..

We komen zwak ontwikkeld ‘vrijmoedig spreken’ soms tegen in de houding van accountants in de financiële crises die niet of te laat of misleidend hebben gerapporteerd aan opdrachtgevers of het maatschappelijk verkeer. De beroepsvereniging NBA heeft daarom het leerstuk ‘professionele scepsis’ geïntroduceerd. Accountants dienen verplichte PE-cursussen te volgen om inzicht te krijgen in de (macht)psychologische kenmerken van professionele relaties en de ‘plicht’ om sceptisch te zijn, om door te vragen, om cijfers niet face value te nemen maar te vragen en te vragen. De NBA stelt ‘Een professioneel-kritische houding heeft verschillende kenmerken. Eén daarvan is eigenwaarde. Het beschikken over voldoende eigenwaarde is noodzakelijk om met voldoende zelfvertrouwen de “rug recht te kunnen houden” in situaties waarin dat noodzakelijk is’. In de opsporing (‘tegenspraak’) en in de accountancy (‘professionele scepis’) zien we een herwaardering van ‘vrijmoedig spreken’. Af en toe geef ik op Nyenrode college aan (toekomstige) commissarissen van ondernemingen. Zij vervullen een essentiële interne toezichtrol. En, ook zij ‘worstelen’ met de vraag of zij voldoende diep in de organisatie doordringen om inhoud te kunnen geven aan hun rol. Ook in de wetenschap wordt – naar aanleiding van fraudegevallen – gepleit voor meer collegiale toetsing en ook dat betekent vragen en doorvragen.

Wij zitten klem in een risico-samenleving waarin we oplossingen zoeken in nieuwe systemen: wetten, regels, protocollen, checklists die moeten worden afgevinkt, nieuwe toezichthouders en autoriteiten.  Foucault en de oude Grieken raken aan de individuele verantwoordelijkheid die aan dit alles ten grondslag ligt. Of, zou moeten liggen.

2 reacties op “Parrhêsia

  1. Eeen mooi liedje, dat stukje over parrhesia hierboven. Niet dat ik niet voldoende onderlegd ben of zo, maar als je wil dat je artikelen ook serieus worden genomen door de wat minder geletterde medemens, dan is het het overwegen waard, wat meer “Jip en Janneke” te gebruiken.
    Maar goed, wat ik lees is de roep om kritische massa. Kritische massa is iets dat een ieder die ook maar wat voor verantwoordelijkheid heeft, rondom zich zou moeten organiseren. Vraag om kritiek, vraag om hulp, vraag om wat dan ook. En hulde voor hem of haar die het doet!

    Coen Knuvers

  2. Dag Coen, dat van die Jip&Janneke taal is iets waar ik zelf ook mee worstel. Ik zet me van tijd tot tijd af tegen de pretenties van collega wetenschappers die ondoorgrondelijk pseudo interessant schrijven omdat ze ook niet weten wat op straat gebeurt. Deep down is een deel gewoon bang voor de straat. Maar toch is duiding (theorie) noodzakelijk: hoe passen kleine gebeurtenissen op straat in een iets groter verband? Zoeken naar evenwicht hier is wat ik probeer in mijn schrijverij. Vrijmoedig spreken en luisteren brengt ons iets verder hier. Mijn ‘probleem’ in deze column (zie ook column http://www.accountant.nl ‘horen,zien en zwijgen’) is dat wij te weinig onze stem verheffen. Te weinig zeggen ‘dit is (niet) goed’. Het noemen van Griekse filosofen of iemand als Foucault is bedoeld om te wijzen op historische waarden en dat er iets meer is dan ‘Sterren dansen op ijs’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *