Nationale politie versus een bonte verzameling ambtenaren van gemeentepolitie

15 mei 2012

Aan de komst van de Nationale Politie liggen verschillende redenen ten grondslag. Een Nationale Politie zou het politiewerk efficiënter kunnen uitvoeren en de politie in staat stellen om zich meer op haar eigenlijke taken te kunnen gaan richten. De Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP), onder voorzitterschap van prof. mr. Pieter van Vollenhoven, maakt zich echter steeds meer zorgen over waaruit die eigenlijke taken van de Nationale Politie gaan bestaan.

Zich waakzaam en dienstbaar opstellen voor de burgers, ervoor zorgen dat burgers erop kunnen vertrouwen dat de politie snel ter plaatse is als de veiligheid op het spel staat en dat burgers mogen verwachten dat de politie lijf, vrijheid en bezit van mensen beschermt, zijn duidelijke uitgangspunten voor het functioneren van de politie.

Echter, wie de ontwikkelingen bijvoorbeeld in de gemeenten in ogenschouw neemt, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de politie een terugtrekkende beweging maakt en daarmee het noodzakelijk vertrouwen van burgers op de tocht kan gaan zetten. Deze ontwikkeling is overigens geenszins nieuw.

De komst van stadswachten, parkeerwachten, parkwachten en wat voor wachten niet meer is achteraf een voorbode geweest van de huidige groei van gemeenteambtenaren met buitengewone opsporingsbevoegdheid (de zogenaamde boa’s). Al eerder gaf de politie dus al te kennen toezichthoudende taken liever aan anderen over te laten. De taken van de huidige boa’s zijn nog ruimer, behalve met toezicht zijn zij ook met handhaven belast. Een verdere verschraling van de rol van de politie in buurten en wijken is in zicht.

Voor de  SMVP is de steeds bredere taakstelling van boa’s aanleiding geweest om de verhouding tussen boa’s en de reguliere politie eens kritisch tegen het licht te houden.[1] Op grond van dit onderzoek stelt de SMVP vast dat er in ons land een bonte verzameling van boa’s actief is. Zij zijn er bij wijze van spreken in allerlei soorten en maten. Ook maakt de stichting zich zorgen over het sterk wisselende opleidingsniveau van boa’s in gemeenten. Dat roept de vraag op of de kwaliteit van optreden in alle gevallen is gewaarborgd. Professionalisering lijkt dringend gewenst.

Daarnaast signaleert de SMVP een wildgroei aan uniformen. Er zijn gemeenten die ervoor kiezen boa’s op politiemensen te laten lijken. Dit terwijl andere gemeenten juist opteren om de uniformen zo veel mogelijk van die van de politie te onderscheiden. Ook verschilt de uitrusting  (zoals portofoon, handboeien, wapenstok, pepperspray) van gemeente tot gemeente. Voor burgers maakt dit het er volgens de stichting allemaal niet duidelijker op.

De SMVP zet grote vraagtekens bij de huidige operationele regie van de politie. Boa’s opereren in een grote mate van vrijheid. Aansturing door de politie ontbreekt veelal. Gezamenlijke briefings en debriefings van politie en boa’s komen maar zeer zelden voor. En ook de onderlinge informatie uitwisseling tussen politie en boa’s is doorgaans uiterst gebrekkig.

Volgens de SMVP klemt dit des te meer, omdat in het begin van dit jaar minister Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft aangekondigd dat boa’s winkeldieven mogen aanhouden. Het gaat om een pilot in de gemeente Zaltbommel. Indien deze pilot succesvol verloopt, kunnen andere gemeenten volgen. In het kader van de pilot mogen de Zaltbommelse boa’s winkeldieven aanhouden, camerabeelden bekijken als bewijsmateriaal, getuigen horen, aangiften opnemen en proces-verbaal opmaken. Volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie ontbreekt het de reguliere politie aan tijd om zich met winkeldiefstal bezig te houden.

Met de introductie van de pilot in Zaltbommel lijkt de minister te kiezen voor boa’s met een brede (‘integrale’) taakstelling. Dat is anders dan hoe de boa’s oorspronkelijk waren bedoeld. De eerste boa’s waren specialistische handhavers op afgepaalde domeinen (openbare ruimte, openbaar vervoer, parken, bossen, et cetera). Zij worden echter steeds breder ingezet: een stap in de richting van een nieuw soort gemeentepolitie. Deze ontwikkeling roept meteen de vraag op met welke ‘eigenlijke taken’ de Nationale Politie dan zal worden belast. Ook op de autosnelwegen is een verschuiving van politiewerk naar Rijkswaterstaat duidelijk merkbaar. De vraag is of dit ons met de komst van de Nationale Politie voor ogen heeft gestaan.

Bij deze ontwikkeling dient men zich eveneens te realiseren dat de financiering van deze boa’s uit de opbrengsten van bekeuringen zou kunnen gaan geschieden. Dit laatste is volledig in strijd met de filosofie dat handhaving een sluitstuk van het beleid dient te zijn.

Naar het oordeel van de SMVP zal de minister van Veiligheid en Justitie de samenleving een helder beeld moeten verschaffen over wat zij in de toekomst van de Nationale Politie mag verwachten. Daarnaast kan de minister er volgens de SMVP niet omheen een einde te maken aan het versnipperde beeld van gemeentelijke boa’s. De logica ontbreekt immers om enerzijds een Nationale Politie in het leven te roepen, terwijl anderzijds in gemeenten – in een ieders woon- en leefomgeving – een bonte verzameling handhavers aan het ontstaan is. Daarbij kan de minister ervoor kiezen boa’s in hun oorspronkelijke rol als specialisten in te zetten, waarbij verdere professionalisering en regulering nodig zullen zijn. Dat vereist ook de regeling van de operationele regie door de Nationale Politie. Wanneer de minister kiest voor een brede inzet van boa’s, dan laten zich twee opties denken: een nieuwe gemeentepolitie of integratie binnen de Nationale Politie. De voorkeur van de SMVP gaat in dat geval uit naar deze laatste optie.

(1)  De SMVP heeft daartoe aan dr. Ronald van Steden van de afdeling Bestuurskunde van de Vrije Universiteit Amsterdam gevraagd onderzoek te doen naar de situatie in een zestal Nederlandse steden. Dit onderzoek heeft de SMVP thans gepubliceerd onder de titel ‘Veelvormig en versnipperd. Gemeentelijke toezichthouders en handhavers in het publiek domein’ (2012).

Download hier het document.

 

4 reacties op “Nationale politie versus een bonte verzameling ambtenaren van gemeentepolitie

  1. Deze ontwikkeling baart inderdaad zorgen. Door de wildgroei aan toezichters en handhavers op het publieke domein voor overlast en kleine vormen van criminaliteit kan de basisfunctie van de politie ‘keeping the peace’ in het gedrang komen. Een zich terugtrekkende politie uit steden en gemeenten kan een gevaar betekenen voor de gemeenschapsgerichte politiezorg, een model dat in België zelfs wettelijk verankerd werd. In mijn proefschrift ‘A Swelling Culture of Control: de genese en toepassing van de gemeentelijke administratieve sancties in België’ (VU Amsterdam – universiteit Gent) (gepubliceerd bij Maklu) werd o.m. de verruiming van toezichthouders in Groot Brittannië, Nederland en België onderzocht. Misschien is de Belgische oplossing dan toch nog niet zo gek. Geef deze mensen één gemeenschappelijke naam: ‘gemeenschapswachten’, steek ze allemaal in hetzelfde herkenbare uniform (in België paars), verschaf ze een uniforme opleiding aan de politieschool, breng ze onder bij de stadsdiensten (en in Wallonië vaak zelfs bij de politie in huis), en verplicht ze om met politie samen te werken en informatie uit te wisselen. Bovendien worden zowel de taken als de instrumenten in België erg beperkt gehouden, net om de politie haar kerntaak ‘keeping the peace’ niet te onthouden. Uitsluitend de gemeenschapswachten-vaststellers mogen PV maken en dit slechts voor een aantal (basis) overtredingen. Ze bezitten geen enkel dwangmiddel (wapenstok, pepperspray, handboeien) met uitsluiting van de Brusselse metro-brigade, maar dit zijn geen gemeenschapswachten. Het debat om de overlastwet gevoelig uit te breiden en daarmee samenhangend, de taken en bevoegdheden van deze mensen, is in België in alle hevigheid losgebarsten. Met veel plezier en nieuwsgierigheid zal ik dan ook het Nederlands rapport raadplegen.

  2. Herkenbaar en zorgelijk beeld. Prima initiatief. De snelheid waarmee de BOA in de openbare ruimte terrein wint lijkt omgekeerd evenredig aan zijn of haar professionaliteit. Kijkend naar 172lid 2 politiewet kun je ook vanuit juridische optiek vraagtekens zetten bij de inzet van 142Sv/toezichthouders tbv de bestuurlijke politietaken.
    Interessant is ook om te bezien voor welke bestuursrechtelijke toezichthoudende taken de politieambtenaar en de BOA zijn aangewezen. Ik heb nog nimmer een uitputtend lijstje met wetten in formele zin gezien. Tijdens lessen en cursussen blijkt mij dat het juridische kader velen duizelt en er geen bewustheid is van de taken.
    Hoe lager in de hierarchie, hoe complexer dit kader is. Een BOA is Charlois is zowel opsporingsambtenaar (‘doorpakBOA”) , toezichthouder en verkeersregelaar.

  3. Volledig mee eens! Zie ook mijn kritische notitie van september 2011 “De Koninklijke Nederlandse Politie – een dwarse visie”, die ik onder andere de SMVP eind 2011 heb toegestuurd.
    L. Stout
    Officiersvliet 17
    3331 KL Zwijndrecht
    Oud-commissaris van gemeentepolitie in Rotterdam

  4. In het verhaal zit zéker een kern van waarheid, maar ik betreur ook de terughoudendheid hierin. Volgens mij is door landelijke PPS-constructies, waarvan onze organisatie ook deel uitmaakt, het strartsein gegeven om meer samen te werken en (deel)taken over te dragen waar de Politie niet meer aan toe komt (hoe spijtig ook).
    Dat er duidelijkheid moet komen qua uniform, bevoegdheden en andere zaken, is duidelijk.
    Maar het moet ook duidelijk zijn dat de inzet van particuliere beveiligers – BOA’s onontkoombaar is. Zij dragen een duidelijke bijdrage aan een veilig leefklimaat. Als voorbeeld noem ik onze eigen toezichthouders, deze hebben elke dag een briefing samen met de Politie, tot volle tevredenheid van beide partijen. Ook bij allerlei grote evenementen en voetbalwedstrijden in Oost-Nederland, maar ook elders, worden onze mensen als volledige “handhaver” gezien door de Politie Twente.
    Hierbij wil ik aangeven dat bestudering van verdeeldheid in taken en bevoegdheden op korte termijn een vervolg dient te geven. Ik stel mij beschikbaar vanuit de beveiligingsbranche.

    Ondergetekende is directeur van RJ Safety & Security, met als hoofdvestiging Enschede.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.