Column Platform Bezorgde Dienders: Onder en boven de wet?

14 augustus 2013

Enige tijd geleden werd ik door mijn teamchef benaderd en die vertelde mij dat een burger per mail een klacht had ingediend over een politiemotorrijder die zonder gebruik van zwaailicht en sirene door het rode verkeerslicht was gereden. De burger had het kenteken netjes opgenomen en aan de hand van de dienstroosters had de leiding geconcludeerd dat ik dat geweest moest zijn. Ik kon mij de situatie herinneren en stelde mijn teamchef voor dat ik zelf contact op zou nemen met die burger. Mijn teamchef vond dat een goed idee en dus gebeurde het zo. Hieronder leest u het verloop van het gesprek met “de klager” die ik een gefingeerde naam heb gegeven:

Burger: met Van Ginkel.

Ik: Goedemiddag, U spreekt met agent M. van de politieregio Hollands-Midden. Ik bel u in verband met het feit dat u een klacht heeft ingediend over het rijgedrag van een politiemotorrijder.

Van Ginkel: Ja, dat klopt. U bent trouwens snel zeg! Goed dat u zo de vinger aan de pols houdt bij het gedrag van uw medewerkers.

Ik: Nou, dat ligt even anders, ik ben zelf degene die de motorfiets bestuurde op het moment dat u hem door het rode verkeerslicht zag rijden.

Van Ginkel: O, dat verwacht je niet.

Ik: Ik wil u in ieder geval complimenteren met uw oplettendheid. Het is goed dat we elkaar scherp houden, maar ik wil u ook graag even wat uitleggen.

Van Ginkel: Ik ben benieuwd.

Ik: Als politieagent hebben wij in bepaalde gevallen ontheffing van regelgeving van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens. Dat is niet om “onder of boven de Wet te kunnen leven” maar om ons werk te allen tijde zo goed mogelijk te kunnen doen. Grote mits daarbij is dat, wanneer wij van die ontheffing gebruikmaken, wij dat op een veilige wijze doen en daarbij absoluut niemand in gevaar zullen brengen.

Van Ginkel: O, dat wist ik helemaal niet. Maar u moet daarbij dan toch altijd zwaailicht en sirene gebruiken?

Ik: Dat is niet verplicht. Wanneer een politieauto, brandweerauto of ambulance met optische en geluidssignalen rijdt, dan is het een zogenaamd voorrangsvoertuig dat sowieso voorrang verleend moet worden. Ook dan moet echter de veiligheid in het oog gehouden worden. Op het moment dat u mij door het rode licht zag rijden, was ik onderweg naar een melding van een overvalalarm. Om meerdere redenen had ik er voor gekozen om zo weinig mogelijk gebruik te maken van zwaailicht en sirene. Het verkeersbeeld blijft rustiger en eventuele daders zouden niet op afstand al gewaarschuwd worden door politievoertuigen die in aantocht zijn. Was u van mening dat ik iemand in gevaar heb gebracht met mijn actie?

Van Ginkel: Nou daar heb ik eigenlijk niet op gelet, maar ik dacht dat ook u zich aan de verkeersregels moest houden.

Ik: Daar hebt u helemaal gelijk in. Zeker met opvallende politievoertuigen hebben wij een voorbeeldfunctie. De ontheffing waar ik met u over sprak geeft ons echter de mogelijkheid om wanneer wij dat noodzakelijk achten, op een gepaste wijze van die regelgeving af te wijken. Voorbeelden daarvan zijn: sneller rijden dan ter plaatse is toegestaan, langs een rood verkeerslicht rijden, in strijd met een “geslotenverklaring” een straat in rijden, rijden/stilstaan op de vluchtstrook etc. Daarbij is het gebruik van zwaailicht en sirene niet verplicht. Maar nogmaals, veiligheid gaat boven alles.

Van Ginkel: Erg verhelderend. Ik dank u voor uw duidelijke uitleg. Hier zou eigenlijk meer bekendheid aan gegeven moeten worden. Dat zou bij de burger misschien wat ergernis wegnemen over het weggedrag van sommige politiemensen.

Ik: Ik zou zeggen: “Zeg het voort”. Ik vind het in ieder geval prettig dat ik u heb kunnen overtuigen.

Van Ginkel: Hartelijk dank voor uw telefoontje.

Ik: Graag gedaan en tot ziens.

In ons werk hebben we wel eens last van vooroordelen van de burger. Vooroordelen of conclusies die het gevolg zijn van onvolledige of foute informatie. Ook de sociale media kunnen de burger wel eens op het verkeerde been zetten met fragmenten van een gebeurtenis, zonder dat de aanleiding van het voorval vermeld wordt. Wanneer een agent zijn dienstauto op een invalide parkeerplaats parkeert en vervolgens “zijn warme hap” gaat halen, dan getuigt dat niet van een juiste beroepshouding van de betreffende agent en is het goed dat hij/zij daar op aangesproken wordt. Maar helaas wordt het werk van de agent met regelmaat door de burger beoordeeld zonder dat deze beschikt over de volledige informatie waarom de agent zo gehandeld heeft. Wellicht is het bovenstaande verhaal in de toekomst aanleiding voor enige nuance.

2 reacties op “Column Platform Bezorgde Dienders: Onder en boven de wet?

  1. Ik ben het er helemaal mee eens dat agenten onopvallend zich moeten kunnen verplaatsen en daarom zo nu en dan dingen moeten doen die de gewone burger niet mag.
    Toch lijkt het er vaak op dat het gewoon als excuus gebruikt wordt, denk daarbij aan een groepje motoragenten die met een noodgang op de snelweg langskomt en even later bij het eerstvolgende wegrestaurant gewoon staan te kletsen, zo zie ik op de snelweg genoeg voorbeelden waarvan de spoed niet echt duidelijk is.
    Een agent zal ook altijd spoed als excuses gebruiken terwijl ook zij gewoon mensen zijn die te hard rijden.
    Ik zou ook wel eens een rapport willen zien van hoeveel agenten bekeurd worden (geflitst) tijdens het uitvoeren van hun functie tegenover het aantal spoedmeldingen, mijn advies is eens uit te zoeken in hoeveel gevallen echt te maken hebben met een spoedgeval.
    Er wodt altijd maar gezegd dat de politie speciaal getraind wordt om zo hard te rijden op een veilige manier, maar vergeet nooit dat de burger er niet op wordt getraind dat er plots met een noodgang een auto voorbij scheurt!

    • Geachte Gijs,
      Dank voor uw reactie en excuses voor de late reflectie daarop. Ik begrijp uw gevoel.
      In uw laatste alinea schrijft u over het speciaal getraind worden, om zo hard te rijden. Dat is meestal het geval bij speciale onderdelen zoals bijv. motorrijders van de verkeersafdelingen. Die trainingen/opleidingen vinden voor een klein deel plaats op een circuit, maar grotendeels op de openbare weg tussen het normale verkeer, om de training zo realistisch mogelijk te maken.
      Tijdens dergelijke trainingen zijn er stopmomenten om van positie te wisselen en te bespreken wat er goed en/of minder goed ging. Daarna wordt de training weer vervolgd. Vermoedelijk was er van een dergelijke training, die dagelijks plaatsvindt, ook sprake in het door u genoemde voorval.
      Onderdeel van de trainingen is het anticiperen op de ongetrainde burger, waarover u eveneens schrijft in de laatste alinea.
      U kent ongetwijfeld de spreuk “kaf onder het koren”. Daarin onderscheid de politieorganisatie met ruim 60.000 werknemers zich helaas niet van andere organisaties. Politieagenten zijn soms ook net mensen.
      U kunt er echter op vertrouwen dat de “doorsnee-agent”, professionaliteit hoog in het vaandel heeft staan. Dat neemt niet weg dat ook “de beste breister wel eens een steekje kan laten vallen”.
      Ik hoop dat ik hiermee wat vraagtekens bij u weg heb kunnen nemen.
      Namens het Platform Bezorgde Dienders,
      Dolf Mauritz

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.