“Aanrijtijden gehaald, redding niet uitgevoerd”

28 april 2014

In het eerste kwartaal van 2014 vielen er twintig dodelijke slachtoffers door brand, in het eerste kwartaal van 2013 waren dat er negen. Deze stijging van meer dan 100% is volgens insiders het gevolg van de aanhoudende bezuinigingen.

Al enige tijd waarschuwt de brandweer voor de gevolgen van de bezuinigingen. Minder mensen op brandweerauto’s en langere aanrijtijden door sluiting van kazernes zorgen voor een latere inzet van de brandweer en onveiliger situaties voor burgers en brandweerpersoneel.

Ondanks het melden van de problemen gaan de bezuinigingen gewoon door. Voor de brandweer is de maat nu echt vol. Op 1 mei as volgen acties in Eindhoven. Dhr. M.H.M. van Troost, oud-brandweerofficier (flo) steunt de acties.

Het woord is aan… de heer M.H.M. van Troost

 

“Op 1 oktober 2010 werd met een wetswijziging op de Wet Veiligheidsregio’s (Wvr) de regionalisering van de brandweer in ons land ingeluid. Dat was een goed initiatief; wat mij betreft had de brandweer gelijk genationaliseerd mogen worden.

Ongewenst vuur ofwel ‘brand’ moet met alle beschikbare middelen snel en adequaat bestreden worden, net zoals dat geldt bij andere incidenten waar gevaar is voor mens en dier. Was het in het verleden de gewoonste zaak dat er lokaal een brandweer actief was met vrijwilligers, en sedert 1874 beroepsbrandweer in Amsterdam, vandaag de dag is het belangrijk de operationele grenzen te verlaten. Met andere woorden: wie het eerst ter plaatse kan zijn, moet gaan!

De regionalisering – en daarmee een vorm van schaalvergroting – heeft bij sommigen nogal wat emoties losgemaakt. Posten worden gesloten en/of samengevoegd en brandweermaterieel herverdeeld. Met de inwerkingtreding van de Wvr werden ook de opkomsttijden bepaald. De opkomsttijd wordt op basis van een risicoprofiel vastgesteld. Er mag alleen van worden afgeweken op basis van een gemotiveerd besluit én op voorwaarde dat er compenserende maatregelen zijn getroffen.

Dit leidde – ondanks tegenstand van de gezamenlijke vakorganisatie en bonden – tot de zogenaamde ‘variabele voertuigbezettingen’. Een standaard tankautospuit (TS) wordt bemenst door 6 brandweerlieden (Wvr), die als team een goede slagkracht hebben. Mar nu wordt regelmatig bij een melding een auto met 2 brandweerlieden vooruitgestuurd naar een brand. Daarmee worden op papier de aanrijtijden keurig gehaald, maar mist de brandweer in de eerste minuten de slagkracht die van essentieel belang is om de brand te bestrijden. Met als gevolg onveiliger situaties voor brandweerpersoneel en burgers en een hoger risico op dodelijke slachtoffers.

Het soort bebouwing, het risicoprofiel en het gebruiksdoel bepalen hoe snel we ergens moeten zijn. Brand kan zich vandaag de dag sneller ontwikkelen, vooral als er geen juiste bluspoging wordt ondernomen.

Ook werden er nieuwe doctrines ingevoerd. Waar in het verleden het begrip ‘binnenaanval’ de slagkracht bepaalde, komen nu scenario’s als ‘defensieve buitenaanval’ ten tonele. Brand bestrijden vanaf de buitenzijde kan, maar als de constructie niet open is, dan is het niet meer dan het testen van de waterdichtheid. De brand woedt voort. Incidenten als de Punt, Enschede, Amsterdam, met doden onder eigen personeel, worden genoemd als aanleiding voor de veranderingen, maar wie de feiten kent, weet dat het anders ligt.

Onze samenleving verandert, we worden ouder. Dat wordt ook als argument gebruikt tegen de bezuinigingen bij de brandweer, omdat ouderen zichzelf minder goed zouden kunnen redden. Maar zelfredzaamheid is niet gebonden aan leeftijd, maar op de eerste plaats aan fysiek gestel. Ook mensen die niet oud en/of invalide zijn, kunnen in situaties terechtkomen dat ze niet zelfredzaam zijn. Denk bijvoorbeeld aan de slachtoffers van opsluiting bij de brand in het cellencomplex (Schipholbrand).

Wanneer ongewenst vuur, ‘brand’, ons treft, zijn wij afhankelijk van een goede basisbrandweerzorg. Er wordt beweerd dat de brandweer niet sneller behoeft te komen en zelfs dat de helft van de brandweer kan worden opgeheven. Ik bestrijd deze uitspraken te vuur en te zwaard, maar zie met lede ogen hoe de brandweer aan haar faillissement werkt. Meer staf maar minder mensen op de voertuigen; naar mijn stellige overtuiging kunnen de gevolgen niet uitblijven. Het is nog wat vroeg om stellig te beweren dat de toename van het aantal doden bij brand met meer dan 100% in het eerste kwartaal van dit jaar het logische gevolg is, maar ik sluit het niet uit.

Brandweerlieden voelen de pijn van de bezuinigingen op de verkeerde plaats. Zij waarschuwden meerdere malen, maar de leiding lijkt doof en nu – na meerdere waarschuwingen en verdere ontslagdreigingen – is voor hen de maat vol. Zij komen in actie. Eerst publieksvriendelijk. Het gaat erom de burgers te waarschuwen en informeren hoe de afbraak van dit moment gaat, waardoor burgers en brandweerpersoneel aan groter gevaar worden blootgesteld dan strikt noodzakelijk. 1 mei 2014 is de eerste actiedag, in Eindhoven. Ik steun hen, als voormalig Beroepsbrandweerofficier, met al mijn mogelijkheden. De bezuinigingen op de repressieve brandbestrijding en hulpverlening moeten stoppen. De leiding mag de waarschuwingen en oproep tot meer veiligheid niet naast zich neerleggen.”

 

Het woord is aan…

Veiligheid is van iedereen. We geven daarom graag het woord aan een breed scala van externe deskundigen om onderzoeken, ideeën en inspiratie met u te delen.

Het gaat hierbij niet om standpunten van de Stichting Maatschappij en Veiligheid. De stichting is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van de rubriek ‘Het woord is aan …’

Heeft u een interessant artikel dat u graag wilt delen? Neem contact met ons op via smv@maatschappijenveiligheid.nl.

Eén reactie op ““Aanrijtijden gehaald, redding niet uitgevoerd”

  1. Ik herken de onrust die in het stuk wordt beschreven. Echter zoals veel onderdelen die in de discussies rond de verandering van onze brandweerorganisatie spelen worden de zaken in mijn ogen nogal ongenuanceerd verwoord. In de regio waar ik werkzaam ben worden de bezuinigingen die worden doorgevoerd momenteel vooral buiten de repressieve organisatie gezocht. Het toepassen van nieuwe tactieken en technieken dient vooral te gebeuren vanuit een goede basis (training en oefening). Dat ernstige incidenten uit het verleden ons dwingen om onze standaard werkwijzen eens tegen het licht te houden en te bezien of wij repressief mogelijk veiliger kunnen werken kan ik enkel maar toejuichen. De uit het verleden gebruikelijke binnenaanval vind ik bijvoorbeeld inderdaad iets om eens over na te denken indien er niemand meer in een brandend pand aanwezig is.
    Het feit dat er mensen in gevaar komen die in nood van anderen afhankelijk zijn is een terechte zorg. Ik ben wel van mening dat we ons daarbij moeten blijven afvragen of dit primair een taak van de brandweer moet zijn, of dat bijvoorbeeld zorginstellingen hierin een grotere rol behoren te krijgen, middels bijvoorbeeld een hiertoe goed voorbereidde BHV-organisatie om een adequate ontruiming in te kunnen zetten.
    Ik onderschrijf de stelling dat de bezuinigingen kritisch gevolgd moeten worden en we mogen zeker attenderen op de risico’s die verdere bezuinigingen mogelijk voor de brandweer en dien tengevolge voor de burger met zich meebrengen. Ik vind daarbij wel dat de discussie inhoudelijk zuiver gevoerd moet worden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *