Over metadata en informatiestofzuigers

01 mei 2014

 

Column Prof. dr. A.B. Hoogenboom

Over metadata, informatiestofzuigers, Hennis, Plasterk en de vraag die niemand durft te stellen…..

Er is het afgelopen jaar bericht over Snowden, de NSA en de informatiestofzuigers die over de hele wereld uit alle hoeken, gaten en krochten ons sociale leven uitpluizen. Minister Plasterk en minister Hennis moesten zich in de Kamer verantwoorden over de Nederlandse inbreng. Allemaal relevant. Maar één vraag wordt niet of nauwelijks gesteld: heeft informatiestofzuigen nut? Leidt het aantoonbaar tot verstoring, tot interventies, tot een veiliger samenleving? Of wordt door politici en inlichtingen- en veiligheidsdiensten een te rooskleurig beeld geschetst? Zijn de dames en heren van de stofzuigbrigade niet al te rooskleurig over zichzelf en over wat ze doen?

Ik bespreek kort een kritisch Amerikaans Senaatsrapport. En, aan het eind roep ik Mick Jagger op om te getuigen. Dit laatste omdat ik geloof in allerhande oprispingen uit de de populaire media die soms beter de vinger leggen op maatschappelijke thema’s dan de brave wetenschap. Overigens is het Stones-nummer dat ik krakkemikig vertaal uit 1974. Heeft het WODC sinds die tijd de klok stil gezet?

‘Van enthousiasme naar bedrog is een gevaarlijke en glibberige stap ( ..) er zijn indringende voorbeelden van wijze mannen die zichzelf een rad voor ogen draaien, anderen bedriegen en wier geweten sluimert tussen zelf illusie en opzettelijke fraude’. Een krachtiger omschrijving van de donkere zijde van de inlichtingenwereld ben ik niet tegengekomen. De uitspraak is van een voormalige CIA- functionaris Shirly in een artikel met de al even veelzeggende titel ‘Can’t Anybody Here Play this Game? De inlichtingenwereld is een gesloten gemeenschap die soms tegen zichzelf liegt en tegen anderen. In een democratie is sprake van een duivels dilemma. Er is behoefte aan een inlichtingendienst maar hoe houden we het enthousiasme van die wereld in de klauwen? Als Snowden iets heeft aangetoond, is het dit.

Een vraag die nog mondjesmaat wordt gesteld is of de informatiegulzigheid van ‘de diensten’ doelmatig is. Leveren programma’s als Boundless Informant en het ongebreideld delen van informatie in een mondiaal informatiekwartetspel eigelijk iets op? Wordt de nationale veiligheid gediend? Per definitie een moeilijke vraag. Daarom graaf ik iets dieper in de inlichtingenstudies.

In 1976 verscheen het eindrapport van de Amerikaanse senator Church over het binnenlandse counter intelligence program (cointelpro) in de periode 1932-1974. In een zin samengevat wordt geconcludeerd dat is gezocht naar een naald in een hooiberg en omdat deze naald moeilijk te vinden was, zijn steeds meer hooibergen gezocht en gevonden. Church concludeerde dat het volstrekt onduidelijk is op grond waarvan ‘targets’ eigenlijk werden gekozen. Het gevolg was een sleepnet dat werd uitgeworpen. Veel onschuldige burgers kwamen in dossiers. Vervolgens was er geen limiet aan de informatiehonger. De ‘aanleiding’ was politiek, maar steeds meer naalden zijn in het dossier gevoegd (financiële, sociale, seksuele informatie). De inlichtingenvergaring verloor focus. Dat leidde tot vergaande inbreuken op de persoonlijke levenssfeer.

Het meest ontluisterend is dat in de loop der tijd – ondanks het vaak boterzachte karakter van de informatie – toch werd gehandeld. En, juist hier werden ook gevaarlijke en glibberige stappen gezet. Werkgevers zijn geïnformeerd, de publiciteit is misbruikt en burgers werden onder druk gezet. Carrières zijn geknakt. Reputaties geschonden. Huwelijken gebroken. Iets hoeft niet waar te zijn om iemand in diskrediet te brengen. Of in het inlichtingenjargon te ‘neutraliseren’. Alles in de naam van ‘nationale veiligheid’. Dit was een van de meest misbruikte woorden in het decennia omspannende cointelpro. Church concludeerde dat de grondslagen van de democratie op het spel stonden. Niet alleen vanwege de vergaande vergaring van informatie, maar ook omdat de doelmatigheid zeer discutabel was. In hoeverre is de nationale veiligheid gediend? Church concludeerde: ‘Het nut is twijfelachtig’.

Tientallen inlichtingendiensten beschikten over grote budgetten die werden gebruikt om op grote schaal post te openen en te kopiëren, surveillance operaties op te zetten, informanten te werven in ‘subversieve’ groepen, telefoons en telegrammen te monitoren en agenten te laten infiltreren in iedere groepering die onder de vage definitie van ‘nationale veiligheid’ viel.

Tussen 1960 en 1974 voerde de FBI 500.000 onderzoeken uit naar individuen en groeperingen. In geen enkel geval leidde dit tot een strafrechtelijk onderzoek. In 1974 worden 17.528 onderzoeken gedaan door de FBI die marginale kennis opleveren over ondermijning van de staat (2%). In 1975 en 1976 publiceerde de Church commissie 14 rapporten over de noodzaak, nut en de dark side of the moon van inlichtingendiensten. De commissie formuleerde drie kritische vragen en aannames. Hoe kunnen fundamentele vrijheden van burgers worden gegarandeerd in het licht van van de activiteiten van inlichtingen- en veiligheidsdiensten?

Ook al is het vinden van een evenwicht moeilijk, het moet gebeuren. En, een afwijzing van het idee dat Amerikaanse rechtsbeginselen niet hoeven te worden gehanteerd in strijd tegen de vijanden van de vrijheid. Het doel heiligt niet de middelen. Punt. Het debat zou niet alleen moeten gaan over wat de ministers Plasterk en Hennis op welk moment nu wel of niet wisten, of Snowden een held of een verrader is, hoe de parlementaire controle is georganiseerd maar meer fundamenteel wat al dat stofzuigen eigenlijk oplevert. En, of de prijs die we betalen in termen van democratie, rechtsstaat en privacy wel opweegt tegen het feit dat het zo veel minder oplevert dan wordt gesuggereerd.

 

Fingerpint File, The Stones

 

Maakt me depressief

Zorgt ervoor dat ik moet blijven rennen

Weet waar ik ben

Houd me op de grond

Weet mijn bewegingen

Lang voordat ik ze ken

Luistert naar me via satellieten

 

Ik voel dat ik gevolgd word

Dat ik gebrandmerk ben

Ik probeer het water over te steken

Om mijn sporen uit te wissen

En, er zit een rukkertje in de FBI

Die houdt dossier van me bij

Van wel 2 meter dik

 

Ik word er ziek van, Zo ziek van

Je kan maar beter uitkijken

Als je belt

Verkeerde nummer?

Ze weten dat je niet thuis bent

Wie is die man op de hoek van de straat?

Die hoek daar?

Ik weet het niet

Maar houd je maar gedeisd

Kijk uit

Eelectronische ogen

Verraders die je verkopen

Wie gaat er getuigen?

Je weet mijn gewoonten

Lang vooraf

Je luistert naar me

Via je satelliet

Ik word er ziek van, zo ziek van

Hallo schatje, mm-hmm

Ah, je weet dat we niet alleen zijn in dit gesprek

Wie er luistert?

Wie zal het zeggen

Maar je kan maar beter tegen ze zeggen uit het zicht te blijven

Want ik weet dat ze foto’s maken met ultraviolet licht

Ja, uh huh, deze dagen is het allemaal geheimzinnigheid

Geen privacy

Eerst schieten, zo gaat het weet je

Het ga je goed

Wie er luistert?

Op ieder moment luisteren ze naar naar je

Houden hun ogen dicht op je lijf

Mmm, mmm, wat een prijs betalen we

Nou ja, ga maar lekker slapen

Mijn vertaling van dit nummer van de Roling Stones is even krakkemikkig als mijn Sinterklaasgedichtjes. Daarom ook de link naar het origineel. Met een krolse ironische Jagger. Fingerprint File van het album It’s only rock&roll uit 1974 gaat over de paranoia in de Verenigde Staten over vergaande surveaillance door de overheid in het persoonlijk leven van burgers. Jagger en Richards verwijzen naar satellieten.

Nu veertig jaar later en een aantal technologische revoluties verder wint de tekst aan kracht. Ik gebruik dit nummer, evenals filmfragmenten uit The Conversation http://www.youtube.com/watch?v=maBQXZvovlo met Gene Hackman als een professionele afluisteraar die wroeging krijgt en Das Leben der Anderen over de Stasi in Oost-Duitsland http://www.youtube.com/watch?v=1kYNK5PjoZ0 en de vrijwel allesomvattende surveillance door de staat in colleges en trainingen.

Ik doe dit in de wetenschapsfilosofische traditie van ‘narratieve kennis’. Het gebruik van boeken, films, cartoons, gedichten, tv-series en satire om onderwerpen bespreekbaar te maken. Een van mijn grootste inspiraties in deze is de emiritus hoogleraar Gary Marx. Er zijn veel manieren om maatschappelijke thema’s bespreekbaar te maken. http://web.mit.edu/gtmarx/www/electric.html Nou ja, ga maar lekker slapen.

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *