Column Platform Bezorgde Dienders: Optreden, waar en wanneer?

20 mei 2014

 

Ik heb van die momenten dat ik denk: Nú moet ik optreden. Die momenten komen steeds vaker voor. Tijdens werktijd, maar ook in mijn vrije tijd. Ik heb daar ook als politieagent niet altijd zin in, maar soms ontkom je er gewoon niet aan omdat je politiehart 24 uur klopt.

Ik hoor inmiddels bij de “oude hap” met mijn 56 jaar. Minder fit dan toen ik 20 was en ook al bij deze baas werkte, kies ik nu bewust voor beweging op de fiets. Vroeger was die beweging voetballen of een andere teamsport, maar dat gaat niet meer vanwege een kapotte knie. Ik wil niet dichtgroeien, dus probeer ik op een andere manier gezond te doen. Elke dag pak ik de fiets en daarna het openbaar vervoer om naar mijn werk te gaan. Dat kost een uur heen en een uur terug want ik heb er bewust voor gekozen om in een dorp te wonen en in de grote stad te werken. In de stad zou ik op bijna iedereen iets aan te merken hebben en op het platteland is dat minder. Minder zeg ik, maar ook daar komt het voor.

Op een normale werkdag dag zat ik eens wat minder in mijn vel. Dat heb ik wel eens, u ook? Juist op die dag waren er veel situaties waar je als diender iets van moet zeggen of zelfs iets tegen moet doen. Dat doe je dan ook. Niet bij alles, moet ik eerlijk zeggen, want er kwam geen einde aan die dag. Het leek wel of iedereen een slechte dag had. Van een niet werkend stoplicht (voor u, burgers, een remlicht van een auto) tot het niet stoppen voor een geel verkeerslicht (inderdaad, geen stoplicht). Voor mij waren dat al minder normale zaken. Als leidinggevende heb je een andere rol, ben je minder op straat dan de mensen van de noodhulp en schrijf je dus niet zo veel bekeuringen. Je bent en blijft echter politieagent en treedt dan toch op. In de ochtend, op weg naar het werk, begon het al. In de metro, iemand die rookte. Naast dat het verboden is, hebben sommige mensen er ook last van. Daar heb ik wat van gezegd. Ik kreeg wel een blik van “waar bemoei jij je mee?” maar de sigaret werd uitgemaakt en opgeborgen. Wat ik dan wel weer vreemd vond, is dat er ook iemand van de Openbaar Vervoersmaatschappij in de metro stond. Die zei er niets van, die sprak de betrokkene niet aan. Ik stond dus eigenlijk als burger zijn werk te doen.

Op een gegeven moment was ook deze gewone werkdag over. Het zat er op. Op de terugweg naar huis, het laatste stuk op de fiets. Lekker in de buitenlucht en langs een file. Op het rustige platteland lekker aan een vrije avond beginnen en even geen politieagent. Op die route met veel verkeer is er een aantal straten van waaraf je niet die bewuste weg mag opdraaien. Een linksaf c.q. rechtsaf verbod heet dat. Ook op het platteland zie je dan dat de normen vervagen. Steeds meer mensen slaan toch af, omdat ze anders achteraan in de file moeten aansluiten. Ze kruipen dan voor bij iemand die netjes de kruising vrijlaat. Dat leidt tot ergernis, begrijpelijk als je zo iemand ziet voorkruipen. Op de fiets zit ik in eigen tijd en ben ik gewoon in burger, dus het komt voor dat ik daar niets van zeg. Dit keer echter wel.

De automobilist die het linksaf verbod negeerde, had ik dat die week daarvoor ook al eens zien doen. Een gewoonte? Na een vermoeiende dag kon ik dat nu niet hebben. Ik kon er niets aan doen, want de auto reed inmiddels iets verder en vanaf het fietspad een drukke weg opgaan was niet verstandig. De betrokken bestuurder had pech. Ik kwam hem bij een volgende blokkade weer tegen, waar hij moest wachten. Ik kon hem daar wel aanspreken. Zijn zoon van ongeveer 14 zat naast hem. Ik heb mijnheer mijn legitimatie laten zien en hem gevraagd hoe het kwam dat hij deze week tweemaal dat verbodsbord genegeerd had. Mijnheer had daar geen verklaring voor. Ik heb mijnheer daar toen de keuze gegeven: of alsnog achteraan in de file aansluiten of alsnog niet één, maar twee bekeuringen. Gelukkig koos mijnheer, waarschijnlijk mede omdat zijn zoon van een en ander getuige was, voor het achteraan aansluiten. Dat scheelde mij veel tijd. Ik wilde eigenlijk gewoon naar huis.

Eenmaal thuis, voor het eten nog een lekker drankje en dus echt tijd voor mijzelf en mijn gezin. Ook daar in dat gezin moet je wel eens optreden. Opvoeden heet dat. Met kinderen is ook dat een gewoon proces. Kennelijk had mijn zoon ook een mindere dag en kon ik tegenover hem ook nog eens de politieagent uithangen. Hoezo vrij? Ach, dit soort dagen zijn er vaker. Vrij of niet vrij? Het gaat er om dat je met elkaar de zaak een beetje leefbaar houdt. Liefst uit jezelf en soms met behulp van een ouder of een politieagent.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.